Waarom wijn uit Noord-Spanje nét even anders is
Bij Spaanse wijn denk je misschien meteen aan zon, warmte en een stevige rode wijn. Maar reis je naar het noorden van Spanje, dan ontdek je een heel ander Spanje.
Groene heuvels, ruige kusten, regen, bergen, kleine wijngaarden en druivenrassen waarvan je de naam soms drie keer moet lezen voordat je hem kunt uitspreken.
En juist dát maakt Noord-Spanje voor mij zo uniek.
Rías Baixas – Albariño en de Atlantische Oceaan
We beginnen helemaal in het noordwesten, in Galicië. Hier ligt Rías Baixas, het wijngebied dat vooral bekendstaat om Albariño.
Dit is niet het droge, dorre Spanje dat veel mensen voor zich zien. Het is hier groen en de Atlantische Oceaan heeft veel invloed op het klimaat.
Bierzo – een klein gebied met een eigen karakter
Verder landinwaarts ligt Bierzo, in het noordwesten van Castilla y León.
Bierzo ligt beschut tussen de bergen. Daardoor vormt het een overgang tussen het koelere, nattere noordwesten en het warmere Spaanse binnenland.
Dé blauwe druif hier is Mencía.
Daar worden rode wijnen van gemaakt die vaak veel fruit hebben, maar tegelijkertijd frisheid behouden. Denk aan rood en donker fruit, kruiden en soms iets aards.
Dat maakt Bierzo voor mij zo'n interessant wijngebied: de wijnen kunnen behoorlijk veel karakter hebben zonder meteen heel zwaar te worden
Baskenland – eigenwijs Txakoli
Aan de noordkust vinden we het groene Baskenland en Txakoli.
Alleen de naam maakt hem al leuk.
Txakoli is meestal wit, jong en heerlijk fris. Lokale druiven zoals Hondarrabi Zuri voelen zich thuis in dit Atlantische klimaat.
Dit is zo'n wijn die heerlijk past bij pintxos, vis of schaal- en schelpdieren.
Misschien niet de bekendste Spaanse wijn in Nederland. En geschikt om ontdekt te worden! En misschien vind ik hem daarom juist zo speciaal.
Rioja – veel meer dan één soort rode wijn
Iets verder naar het zuiden komen we in Rioja.
Rioja is bijzonder omdat verschillende klimaatinvloeden hier samenkomen. Bovendien verschillen hoogte, ligging en bodem behoorlijk binnen het wijngebied.
En dan komen we natuurlijk bij Tempranillo. Dé druif die veel mensen met Rioja associëren.
Maar de ene Rioja is de andere niet
Je kunt jonge, fruitige Tempranillo tegenkomen ( deze ), maar ook krachtige wijnen die langer hebben gerijpt en aroma's ontwikkelen van bijvoorbeeld vanille, specerijen en hout zoals deze La Uwa .
Zelfs witte wijn of rosé kan gemaakt worden van Tempranillo.
Rioja laat mooi zien hoeveel verschil herkomst én wijnmaken kunnen maken.
Rueda – het land van Verdejo
Verder naar het zuiden ligt Rueda.
Het landschap verandert. We laten het vochtige Atlantische noorden steeds verder achter ons en komen terecht op de hoogvlakte van Castilla y León.
Hier zijn de zomers warm en droog, terwijl de nachten behoorlijk koel kunnen zijn.
En hier draait het vooral om één witte druif: Verdejo.
Verdejo kan heerlijk fris en aromatisch zijn, met citrus, groen en rijp fruit en soms dat kenmerkende licht kruidige of bittertje in de afdronk.
Voor wie bij Spaanse wijn voornamelijk aan rood denkt, is Rueda een mooie verrassing.
Spanje kan namelijk óók heel goed wit.
Ribera del Duero – Tempranillo op hoogte
En dan Ribera del Duero.
We zijn inmiddels een heel eind verwijderd van de Atlantische kust. Het klimaat is hier extremer: warme zomerdagen, koude winters en flinke temperatuurverschillen tussen dag en nacht.
Veel wijngaarden liggen bovendien op behoorlijke hoogte.
Ook hier speelt Tempranillo de hoofdrol. Lokaal kom je daarvoor ook namen als Tinto Fino of Tinta del País tegen.
Maar verwacht niet automatisch dezelfde stijl als in Rioja.
Ribera del Duero staat bekend om rode wijnen met veel fruit, structuur en kracht. Afhankelijk van de manier waarop ze gemaakt en gerijpt worden, kunnen daar tonen van kruiden, hout, vanille en donker fruit bij komen.
Eenzelfde druif, een ander gebied — en dus een ander glas wijn.